Geachte Meneer Janssen,
gezien U de moeite genomen heeft per mail “en detail” te reageren op een artikel, die ik op mijn website heb gepubliceerd, en U blijkbaar ook andere publicaties heeft gelezen lijkt het mij beschaafd, om ook “en detail” op Uw schrijven te antwoorden.
Ik vraag me wel eens vaker af waar u al die wijsheden vandaan haalt die u in artikelen en op uw website durft te publiceren.
Wat ik in mijn cursussen, publicaties en op mijn website onder de mensen breng zijn conclusies uit mijn verschillende studies, opleidingen, eigen ervaring met rijden, trainen van paarden en mensen, het begeleiden van leer- en trainingsprocessen, wetenschappelijk onderzoek hierover doen en bestuderen van de (ondermeer hippische) vakliteratuur. Bovendien probeer ik met open ogen en oren naar paarden en mensen te kijken en te luisteren. Ik zal nooit beweren dat ik de wijsheid in pacht heb, maar probeer met mijn verworven combinatie van kennis en ervaring een aantal ruiters en paarden te kunnen helpen tot betere harmonie. Ik ben ook steeds open voor argumenten feiten en andere “hypotheses” en probeer die ook verantwoord te toetsen alvorens ik met conclusies aankom. Dit bekijk ik als legitimatie voor mijn “moed” dat te doen.
U zelf heeft nul ervaring in het trainen van dressuurpaarden tot op het hoogste niveau, dus dan moet men zijn mond al sowieso al over dit thema maar beter gesloten houden.
Dit klopt. Ik heb deze ervaring niet tot het top niveau (zeker niet in de wedstrijdsport waar ik zelf steeds eerder matig gepresteerd heb) en ik heb ook alleen maar twee paarden tot Prix St Georg niveau opgeleid. Ik denk wel het gevoel van een goed bewegend ontspannen en tevreden actief paard in verschillende graden van opleiding te kunnen voelen en op een systematische en eerlijke manier te kunnen bereiken bij verschillende types paarden. Ook meen ik ruiters van verschillende niveaus verantwoord als instructeur, trainer en sportpsycholoog daarin te kunnen begeleiden Verder ben ik als gediplomeerd (ondermeer ook hippische) sportleraar redelijk onderlegd in de trainingsleer van mens en paard .
Mogen dan alleen de weinige mensen, die in hun leven op olympisch niveau gepresteerd of paarden tot dit niveau hebben opgeleid hierover een mening hebben en hierover discuteren?
Hier wil ik graag een eerdere lezerbrief van mij uit september 2003 citeren om uit te leggen waarom ik mij wel geroepen voel om een discussiebijdrage te leveren:
1. Ik heb veel bewondering voor de rijkunst van Mevr van Gunsven en haar sportieve prestaties
2. Ik gun haar haar hippische successen van harte
3. Ik heb meer dan dertig jaar ermee leren leven, dat ik niet over het superruitertalent beschik en heb ook, wat mijn persoon betreft geen ambities in de sport of topsport
4. Ik heb de laatste jaren veel vakliteratuur, praktische trainings- en sportprestaties bestudeerd, zelf veel uitgeprobeerd en uitgebreide discussies gehad met bewegingswetenschappers, dierenartsen, fysiologen en hippische deskundigen. En ik denk dat ik met mijn wetenschappelijke achtergrond ook instaat ben, om de verschillende informatiebronnen kritisch te beoordelen en mijn conclusies verantwoord te trekken en daarom ook voor deze conclusies mag opkomen.
5. Mijn motivatie komt uitsluitend vanuit mijn bezorgdheid, dat vooral in de basissport zeer veel onheil aangericht kan worden aan paarden en ruiters door toepassen van fysiek en psychisch niet bevorderlijke trainingsmethodes die tegenstrijdig zijn met het doel van de dressuur (het klassieke netzo als het door de FEI bepaalde).
Als instructeur word ik steeds weer met leerlingen geconfronteerd, die (volgens hen zeggen) de “laag en-rond- methode” toepassen. Het effect is vaak, dat er een ongelukkig paard, dat met de neus tussen zijn voor knieën getrokken wordt in twee delen en zonder correct ruggebruik door de baan gaat. Kleine correcties richting het `klassieke beeld` en vooral de klassieke bewegingsfuncties leveren dan meestal zeer veel verlichting voor het paard zelf en meer kwaliteit voor zijn manier van lopen op. Ook als dressuurjury zie ik steeds meer paarden in de ring, die met een verkeerde knik in de hals, zeer kort in de hals en achter de loodlijn lopen, omdat zij of in deze positie getrokken worden, of niet meer durven zich naar het bit toe te rekken. Spreek je met de ruiters blijkt vaak, dat ze ervan overtuigd zijn, dat het dressuurbeeld precies dat is, wat ze vertonen.
Ik vind wel, dat over soortgelijke ontwikkelingen gediscuteerd zou mogen worden, zelfs zou moeten worden. En dat heeft niets met het niet gunnen van succes of met het zwart willen maken van een systeem of enkele sporters te maken. Juist omdat topsporters een voorbeeldfunctie hebben moet ervoor worden gezorgd, dat methodes niet kritiekloos worden overgenomen door iedereen, maar dat de pro’s en contra’s inhoudelijk worden bekeken zonder een geloofsovertuiging van te maken, die elke inhoudelijke uit elkaar zetting alleen in de weg staat.
Een goed onderbouwde discussie met deskundigen over wat van een dressuurpaard fysiologisch en psychologisch in de training gevraagd kan en mag worden en dit in relatie tot de gewenste doelstellingen van de dressuur, die nog steeds de FEI - doelstellingen (baserend op het klassieke verhaal) zijn zou zeker niet verkeerd zijn, vooral om het niet tot een soort “geloofsstrijd” te laten ontaarden, maar de hippische basissporter met correcte inhoudelijke informatie te kunnen voorzien.
Ik permitteer mezelf coach van Basten ook niet te onderwijzen hoe hij zijn Nederlands team beter laat functioneren.
Het zal nooit in mij opkomen om U in Uw functie als bondscoach dressuur ongevraagd te onderwijzen.
En een ding is ook heel zeker, nl dat een moderne trainer/coach van welke sport dan ook, traint en coacht heel anders dan tientallen jaren geleden en dat daardoor het prestatie niveau belangrijk gestegen is, ook daar bereikt door meer intensieve sportspecificieke trainingsmethodes.
Hier kan ik U alleen helemaal gelijk geven. Wat de sportpsychologische kant van het verhaal en de trainingsleer (hippisch en niet hippisch) zelf betreft zijn de laatste jaren veel nieuwe ontwikkelingen geweest. Alleen het paard zelf is in de laatste meer dan 2000 jaar in zijn wezenlijke functies niet veranderd. Wel is de kwaliteit m.b.t. het bewegingsvermogen van het hedendaagse dressuurpaard door doelgerichte fokkerij in de laatste 30-40 jaar verbeterd, waardoor punten aan die vroeger meer “bijgeschaafd” moest door doelmatig training geen extra aandacht meer behoeven. De optimale momenten om trainingsprikkels te zetten kunnen nu veel nauwkeuriger bepaald worden en ook de dosering van de trainingsprikkels is beter mogelijk. Maar net zo als bij het klassieke ballet is het menselijke lichaam niet wezenlijk veranderd en ook daar gelden nog steeds dezelfde systematische “wetten” in de opleiding en de training ook worden ze ondersteund door enkele moderne technische hulpen.
In uw stukken poneert u vaker totaal verkeerde uitgangspunten en daardoor wordt uw eindconclusie ook misleidend verkeerd.
Indien U mij op de betreffende uitgangspunten en eindconclusies zou willen attenderen, dan kan ik de eventuele denkfouten opsporen en waar nodig recht zetten.
U beweert stellig dat u onze trainingsmethodes kent en daarom uw conclusies kan trekken, welnu ik heb u nog nooit op onze stal gezien om onze trainingen te volgen dus is het heel gevaarlijk om uw wilde verhalen zomaar af te schieten.
Ik ben herhaaldelijk (dit is wel enkele jaren geleden) bij U op stal geweest en heb naar trainingen van enkele leerlingen van U en mevrouw van Grunsven zelf gekeken en toen ook een prettig gesprek met haar gehad waar ik enkele vragen heb kunnen stellen.
Ook heb ik u nog nooit op onze clinic’s gezien om daar goed gefundeerde vragen te stellen. Waar was u dan? Want dat waren toch wel eerste klas mogelijkheden om een antwoord te krijgen op uw mogelijke zeer wijze vragen!
Ik heb in de laatste jaren meer dan 10 clinics en optredens van Mevr. van Grunsven gezien en heb goed gekeken en goed geluisterd. Een clinic is alleen voor mij niet een zinvolle gelegenheid om een discussie te voeren.
En als u al meent dat het allemaal zo verkeerd is waarom achtervolgt u de springruiters dan ook niet die rijden haast allemaal al tientallen jaren diep en dan zelfs nog met de meest vreselijke bitten en allerlei hulpteugels?
Ik ben het met U eens, dat op veel terreinen van de paardensport good practice en bad practice aan de orde zijn. Alleen heb ik zelf niet genoeg verstand van het springtraining en ook niet dagelijks met springruiters te maken en ben ook niet zo zeer op de hoogte van de ontwikkelingen daar om iets zinvols te kunnen bijdragen. Ook hier zou zeker vermeerde toezicht gehouden moeten worden.
Een paard is een paard of bij u misschien niet?
Hier begrijp ik U vraag niet zo goed en kan daarom niet goed antwoorden. Misschien het volgende: Ik heb meer dan 35 jaar paarden gereden en getraind en ben nu in bezit van zeven paarden. In de loop van deze ervaringen heeft zich wel mijn relatie tot paarden ontwikkeld en ook op sommige punten veranderd. Vooral heb ik in al deze tijd zeer veel geleerd (over hun, mensen en over mij zelf). En ik hoop in de jaren die ik nog fit genoeg ben dat te kunnen volhouden nog veel meer te leren. Voor mij is een Fjord of een Islander netzo een waardevol wezen als een top-vererver of een winnende draver.
Of, nog erger, de military ruiters, die vaker dode paarden mee naar huis nemen als ze zelf al niet hun nek gebroken hebben.
Ik heb vroeger wel (op laag niveau) de een of andere cross gereden. Ook hier bestaat goede en slechte praktijk en de voornaamste reden voor ongelukken blijkt in de military te zijn dat te weinig goed getrainde ruiters en paarden aan de start gaan en zich overvragen. Ook hier is zeker veel te verbeteren aan de toezicht en controle. Maar ook hier ben ik op het moment zelf niet goed genoeg geïnformeerd om iets zinvols te kunnen bijdragen.
Dit is voor u blijkbaar dus niet zo erg als paarden die vaker wat diep getraind worden.
Waar liggen uw maatstaven dan eigenlijk, u maakt u zelf daardoor wel erg ongeloof waardig.
Ik vindt het altijd erg, indien paarden bewust of onbewust door mensen niet begrepen of in hun welzijn bedreigd of beperkt worden, waar dat ook gebeurd: in de topsport, subtop, basissport en vrije tijdsbesteding of in maneges. Ik ben ook vel tegen paardenslachttransporten met EU gelden door half Europa en voor een “artgerechte” huisvesting en bejegening van paarden, om nog enkele punten op te noemen. Ik probeer dan ook zo ver dat mijn mogelijkheden toelaten hieraan iets te veranderen door het zelf uit te dragen, mensen te informeren en te helpen het paard beter te begrijpen en hun techniek en attitude, huisvesting en bejegening te verbeteren. Maar in mijn door U genoemd artikel heb ik het dan alleen over problemen die ik voor rij- en sportpaarden en ook hun ruiters zie bij toepassing van de LRD-methode.
Een ding kan ik u met 100% verzekeren, nl dat als er een persoon op deze planeet altijd zeer paardvriendelijk traint en met haar paarden met veel liefde omgaat dan is het Anky wel en zelfs een blinde kan zien dat al haar paarden alles voor haar over hebben.
Ik heb mevr. van Gunsven nooit veronderstelt, dat ze bewust haar paarden mishandeld. Ik heb alleen dingen waargenomen, die erop wijzen, dat in veel situaties (die ik zelf gezien of op beeldmateriaal bestudeerd heb) de paarden wel onder extreme druk staan en zeer beperkt worden in hun mogelijkheden en tekenen van onwelzijn en stress vertonen. Ik heb een gebruik van de stang gezien die ik niet goed kan vinden en ook ruiterhulpen, die ik – bij aller respect – bij mijn eigen leerlingen zou corrigeren en- indien ik ze als jurylid in de basis zou tegenkom - als onderwerp voor een gesprek zou gebruiken. Ook heb ik al veel (daadwerkelijk doorgekomen of in de kiem verstikte) protest van haar paarden op soortgelijke hulpen met eigen ogen gezien. Ik kan mij goed erin verplaatsen, dat voor een topsporter onder de druk van het moeten presteren en het hebben van succes soms bepaalde waarnemingen niet meer mogelijk zijn (ik weet ook van mijzelf, dat ik in soortgelijke situaties onrechtvaardig kon zijn) , maar ik zie vooral de uitwerkingen van deze systematisch toegepaste en met voorbeeldfunctie demonstreerde methode in de manier op die paarden in de basis worden bejegend en gereden en ook op de ruiterattitude terug en dit baat mij zorgen. Op deze punten ben ik sinds 2001 in verschillende commentaren ingegaan.
Het is toch zeker niet puur toeval dat ze al minstens 15 paarden op het hoogste niveau getraind heeft die stuk voor stuk tot op het hoogste sport niveau gekomen zijn.
Het is ook natuurlijk puur toeval dat haar eerst GP paard Prisco met zijn 32 jaar nog heel tevreden en gezond bij ons rondloopt en dat een zekere Bonfire met zijn bijna 23 jaar nog bijna iedere dag licht gereden wil worden en totaal gezond is en daarbij nog volop van zijn omgang met mensen en de wei geniet!
Ik heb de ruiterlijke ontwikkeling van Mevrouw van Grunsven nauw gevolgd en ben er ook zeker ervan dat haar successen geen toeval zijn en zij over buitengewoon veel talent en een immense bereidheid tot hard werken beschikt. Ik heb ook veel bewondering voor wat ze tot op heden heeft bereikt. Maar dit feit veranderd niets aan mijn inhoudelijke kritiek op de toegepaste en propageerde methode met alle consequenties voor de paarden (ook die het niet volhouden), de paardensport en de basis..
Een tip voor u is om de wetenschappelijke rapporten die mee en mee naar buiten worden gebracht over het diep rijden eens zorgvuldig te lezen en nog een andere raad is om eens goed oude foto’s en films te bekijken van onze goede oude klassiekers en dan zult u waarschijnlijk ook pijn aan uw ogen en hart krijgen net als wij zelf.
Ik ben al langer op zoek voor de wetenschappelijke rapporten over de LDR-methode , die herhaaldelijk op internet waren aangekondigd. Indien U mij zou willen aangeven waar ik ze kan vinden, dan zal ik ze beslist met veel interesse lezen.
Wat de oude foto’s en films betreft zo heb ik al jaren literatuur en illustraties over de ontwikkeling van de ruitersport bestudeerd en heb daar kunnen vaststellen, dat ook vroeger “good en bad practice” mogelijk was. Hierover kan ook veel in de literatuur vanaf het 17 eeuw (en zelfs eerder) teruggevonden worden. Ik geef U volledig gelijk: niet alles wat oud was was ook goed. Ook tegenwoordig doen zich mensen als “klassiek” voor, die met de echte klassieke rijkunst en de zich daaruit voort ontwikkelde ook door de FEI gepropageerde scala van de dressuuropleiding niets te maken hebben. Ook de klassieke leer kan verkeerd geïnterpreteerd en toegepast worden. En ook da kunnen mensen bewust of niet bewust fouten maken. Dan is dat ook niet in orde. Alleen moet dan erover gediscuteerd worden of het woord klassiek dan hiervoor nog het juiste woord is, want bij het begrip van klassiek hoort ook een bepaalde filosofie, logische opbouw en ethische kant van het verhaal.
En mijn allerlaatste opmerking is dat Anky en ikzelf en momentele leerlingen van ons in het verleden en recentelijk nog op zeer gerenommeerde klassieke stallen in Duitsland getraind hebben en dat daar met de regelmaat van de klok taferelen plaats vonden die niets maar dan ook niets met paardrijden te maken hadden en zeker niet als paardvriendelijk betiteld konden worden maar zelfs integendeel als het molesteren van een paard aangeduid konden worden. Wij hebben hier altijd onze mond over gehouden maar misschien is inderdaad de tijd wel aangebroken zoals u zelf ook al aangeeft dat we daar maar eens een boekje over open moeten gaan doen om de zogenaamde schijnheiligen in onze sport eens goed aan de kaak te stellen!
Elke tafereel waar paarden niet correct benaderd worden is niet in orde en er hoort iets aan gedaan te worden. Elke escalatie is gewoon een te veel. Dit is ondermeer ook de taak van de hippische pers maar ook de desbetreffende sportorganisaties en ook kritische reacties van paardenliefhebbers zijn hier gevraagd. Hier is zeker meer tranparans en meer controle nodig. Juist na het verdwijnen van het ijzeren gordijn weten wij ook uit andere topsporten, dat hier achter een mooie fassade naar buiten toe dingen gebeurden, die niet mogen gebeuren. Alles wat hier tot verbetering bijdraagt is zeker welkom.
Voor de afsluiting van mijn antwoord op Uw reactie nog het volgende:
Ik hoop, dat U begrijpt, dat het niet mijn wens is iemand persoonlijk aan te vallen. Mij baten gewoon de door observaties in de paardensport ontdekte ontwikkelingen zorgen, en ik wil een bijdrage leveren hieraan iets te veranderen. Een zinvolle discussie ondermeer in de pers of op internet lijkt mij hiervoor een goede mogelijkheid. Pas door met elkaar in het gesprek te komen en pro en contra’s duidelijk op een rij te hebben en mensen aan het denken en aan het kritisch kijken te zetten kunnen ontwikkelingen op gang komen.
Ik sta voor alles open, wat aan de LDR- methode ondersteunende vakpublicaties zich aandient. Tot op heden is het mij niet gelukt iets te vinden, wat mijn tot dusverre ontwikkelde stellingen en conclusies heeft kunnen veranderen.
Hoogachtend
Ulrike Thiel
Antwoord van Sjef Janssen (blau) 21.12 2005
Geachte mevr. V Thiel,
Hieronder ook mijn antwoorden, gr, Sjef Janssen.
Geachte Meneer Janssen,
gezien U de moeite genomen heeft per mail “en detail” te reageren op een artikel, die ik op mijn website heb gepubliceerd, en U blijkbaar ook andere publicaties heeft gelezen lijkt het mij beschaafd, om ook “en detail” op Uw schrijven te antwoorden.
Ik vraag me wel eens vaker af waar u al die wijsheden vandaan haalt die u in artikelen en op uw website durft te publiceren.
Wat ik in mijn cursussen, publicaties en op mijn website onder de mensen breng zijn conclusies uit mijn verschillende studies, opleidingen, eigen ervaring met rijden, trainen van paarden en mensen, het begeleiden van leer- en trainingsprocessen, wetenschappelijk onderzoek hierover doen en bestuderen van de (ondermeer hippische) vakliteratuur. Bovendien probeer ik met open ogen en oren naar paarden en mensen te kijken en te luisteren. Ik zal nooit beweren dat ik de wijsheid in pacht heb, maar probeer met mijn verworven combinatie van kennis en ervaring een aantal ruiters en paarden te kunnen helpen tot betere harmonie. Ik ben ook steeds open voor argumenten feiten en andere “hypotheses” en probeer die ook verantwoord te toetsen alvorens ik met conclusies aankom. Dit bekijk ik als legitimatie voor mijn “moed” dat te doen. OK
U zelf heeft nul ervaring in het trainen van dressuurpaarden tot op het hoogste niveau, dus dan moet men zijn mond al sowieso al over dit thema maar beter gesloten houden.
Dit klopt. Ik heb deze ervaring niet tot het top niveau (zeker niet in de wedstrijdsport waar ik zelf steeds eerder matig gepresteerd heb) en ik heb ook alleen maar twee paarden tot Prix St Georg niveau opgeleid. Ik denk wel het gevoel van een goed bewegend ontspannen en tevreden actief paard in verschillende graden van opleiding te kunnen voelen en op een systematische en eerlijke manier te kunnen bereiken bij verschillende types paarden en ook ruiters van verschillende niveaus verantwoord als instructeur, trainer en sportpsycholoog daarin te kunnen begeleiden. Verder ben ik als gediplomeerd (ondermeer ook hippische) sportleraar redelijk onderlegd in de trainingsleer van mens en paard .
Mogen dan alleen de weinige mensen, die in hun leven op olympisch niveau gepresteerd of paarden tot dit niveau hebben opgeleid hierover een mening hebben en hierover discuteren? Neen, zeker niet, maar ik wil toch de aantekening maken dat in mijn ogen (ik heb nl. ook het Mastercoach in Sports diploma ) als trainer/coach het een must is om op GP niveau met je leerlingen te kunnen communiceren toch zelf dat niveau gereden moet hebben en daarmee bedoel ik in training en wedstrijdsport. Ik hoef u niet uit te leggen dat er een enorm gat is tussen een P stG niveau en dat van GP en dat daarom die africhting en communicatie met paard en ruiter van een totaal andere orde is!
I
Hier wil ik graag een eerdere lezerbrief van mij uit september 2003 citeren om uit te leggen waarom ik mij wel geroepen voel om een discussiebijdrage te leveren:
1. Ik heb veel bewondering voor de rijkunst van Mevr van Gunsven en haar sportieve prestaties
2. Ik gun haar haar hippische successen van harte
3. Ik heb meer dan dertig jaar ermee leren leven, dat ik niet over het superruitertalent beschik en heb ook, wat mijn persoon betreft geen ambities in de sport of topsport
4. Ik heb de laatste jaren veel vakliteratuur, praktische trainings- en sportprestaties bestudeerd, zelf veel uitgeprobeerd en uitgebreide discussies gehad met bewegingswetenschappers, dierenartsen, fysiologen en hippische deskundigen. En ik denk dat ik met mijn wetenschappelijke achtergrond ook instaat ben, om de verschillende informatiebronnen kritisch te beoordelen en mijn conclusies verantwoord te trekken en daarom ook voor deze conclusies mag opkomen. Uitgebreide discussies gevoerd hebben betekent niet dat u daardoor een autoriteit bent en beoordelingscriteria op persoonlijke titel kan vastleggen. Begrijpt me niet verkeerd ik heb ook niets tegen u persoonlijk en hoogst waarschijnlijk bent u meer dan behoorlijk wetenschappelijk onderlegd, maar ik plaats natuurlijk kritische kanttekeningen aangezien het hier toch een heel subtiel onderwerp betreft!
5. Mijn motivatie komt uitsluitend vanuit mijn bezorgdheid, dat vooral in de basissport zeer veel onheil aangericht kan worden aan paarden en ruiters door toepassen van fysiek en psychisch niet bevorderlijke trainingsmethodes die tegenstrijdig zijn met het doel van de dressuur (het klassieke netzo als het door de FEI bepaalde). Ik deel uw bezorgdheid maar die heb ik ook al vele jaren over de ruiters die onze klassieke meesters imiteren en constant drijvende hulpen met excessief zweep en spoorgebruik gepaard laten gaan om nog maar te zwijgen van de blauwe tongen en/of open monden die ik vaak ontwaar door veel te veel trens/stang gebruik. Daarbij constateer ik ook heel eenvoudig de verkrampte bewegingen en de vastgehouden rug en dressuur is toch ook het verbeteren van de natuurlijke gangen, tenminste dat heeft men mij zo geleerd.
Als instructeur word ik steeds weer met leerlingen geconfronteerd, die (volgens hen zeggen) de “laag en-rond- methode” toepassen. Het effect is vaak, dat er een ongelukkig paard, dat met de neus tussen zijn voor knieën getrokken wordt in twee delen en zonder correct ruggebruik door de baan gaat. Kleine correcties richting het `klassieke beeld` en vooral de klassieke bewegingsfuncties leveren dan meestal zeer veel verlichting voor het paard zelf en meer kwaliteit voor zijn manier van lopen op. Ook als dressuurjury zie ik steeds meer paarden in de ring, die met een verkeerde knik in de hals, zeer kort in de hals en achter de loodlijn lopen, omdat zij of in deze positie getrokken worden, of niet meer durven zich naar het bit toe te rekken. Spreek je met de ruiters blijkt vaak, dat ze ervan overtuigd zijn, dat het dressuurbeeld precies dat is, wat ze vertonen.
Ik vind wel, dat over soortgelijke ontwikkelingen gediscuteerd zou mogen worden, zelfs zou moeten worden. En dat heeft niets met het niet gunnen van succes of met het zwart willen maken van een systeem of enkele sporters te maken. Juist omdat topsporters een voorbeeldfunctie hebben moet ervoor worden gezorgd, dat methodes niet kritiekloos worden overgenomen door iedereen, maar dat de pro’s en contra’s inhoudelijk worden bekeken zonder een geloofsovertuiging van te maken, die elke inhoudelijke uit elkaar zetting alleen in de weg staat. Een goed onderbouwde discussie met deskundigen over wat van een dressuurpaard fysiologisch en psychologisch in de training gevraagd kan en mag worden en dit in relatie tot de gewenste doelstellingen van de dressuur, die nog steeds de FEI - doelstellingen (baserend op het klassieke verhaal) zijn zou zeker niet verkeerd zijn, vooral om het niet tot een soort “geloofsstrijd” te laten ontaarden, maar de hippische basissporter met correcte inhoudelijke informatie te kunnen voorzien.
Ik moet het weer eens met u eens zijn dat er een goed gefundeerde discussie op gang zou moeten komen, met de nadruk op goed gefundeerd, want nu wordt er zeer vaak door de “tegenpartij“argumenten aangehaald die kant nog wal raken en gebaseerd zijn vaak op hersenspinsel of leugens die komen van horen zeggen. Ik ga trouwens ook helemaal mee met uw role model verhaal.
Ik permitteer mezelf coach van Basten ook niet te onderwijzen hoe hij zijn Nederlands team beter laat functioneren.
Het zal nooit in mij opkomen om U in Uw functie als bondscoach dressuur ongevraagd te onderwijzen.OK
En een ding is ook heel zeker, nl dat een moderne trainer/coach van welke sport dan ook, traint en coacht heel anders dan tientallen jaren geleden en dat daardoor het prestatie niveau belangrijk gestegen is, ook daar bereikt door meer intensieve sportspecificieke trainingsmethodes.
Hier kan ik U alleen helemaal gelijk geven. Wat de sportpsychologische kant van het verhaal en de trainingsleer (hippisch en niet hippisch) zelf betreft zijn de laatste jaren veel nieuwe ontwikkelingen geweest. Alleen het paard zelf is in de laatste meer dan 2000 jaar in zijn wezenlijke functies niet veranderd. Wel is de kwaliteit m.b.t. het bewegingsvermogen van het hedendaagse dressuurpaard door doelgerichte fokkerij in de laatste 30-40 jaar verbeterd, waardoor punten aan die vroeger meer “bijgeschaafd” moest door doelmatig training geen extra aandacht meer behoeven. De optimale momenten om trainingsprikkels te zetten kunnen nu veel nauwkeuriger bepaald worden en ook de dosering van de trainingsprikkels is beter mogelijk. Maar net zo als bij het klassieke ballet is het menselijke lichaam niet wezenlijk veranderd en ook daar gelden nog steeds dezelfde systematische “wetten” in de opleiding en de training ook worden ze ondersteund door enkele moderne technische hulpen.
U ziet dit in mijn ogen niet goed als u de vergelijking van de sportpaarden aangaat met het trainen en opleiden van de klassieke ballet bij mensen.
Dat is namelijk geheel geschoeid zoals u al aangeeft op klassieke basis en daar is niets mis mee maar vergelijk ze dan met de paarden van Wenen of Saumur want die worden ook zo opgeleid MAAR het wezenlijke verschil zit hem in het onderscheid dat die mensen en paarden alleen ingezet worden voor demonstraties of zo u wilt voorstellingen/opvoeringen. Dit is cultuur en is best heel leuk om te zien maar als ik die arme Lippies zie lopen dan constateer ik dat hun niveau en beweging zeer ver achter ligt bij de doorgetrainde sportpaarden.
Deze barokke paarden worden helaas veel getraind op trucs en oefeningen maar heeft niets van doen met het opleiden van sportpaarden t/m het hoogste niveau. Wedstrijdsport is een heel ander verhaal dan het in stand houden van cultuur, dat zou men eindelijk is moeten gaan inzien. Welnu bij het opleiden en doortrainen van de wedstrijdpaarden moet men zich gaan bedienen van moderne verantwoorde technieken en komen de trainingswijzen van de klassiekers schromelijk tekort. Nogmaals bekijk de oude films en foto’s maar en dan zwijg ik verder!
In uw stukken poneert u vaker totaal verkeerde uitgangspunten en daardoor wordt uw eindconclusie ook misleidend verkeerd.
Indien U mij op de betreffende uitgangspunten en eindconclusies zou willen attenderen, dan kan ik de eventuele denkfouten opsporen en waar nodig recht zetten.
Dit betrof uitspraken wat ik niet verder in detail ga beschrijven want dat duurt me te lang maar kort samengevat komt het erop neer vanwege de uitlatingen van het diep “trekken” (is weerstand bieden) en het houden van de paarden voor langere tijd in die houding. Sorry, maar ons key woord is variatie! Enfin, wil het niet nog langer maken! (zie trouwens ook wat van uw opmerkingen hier beneden en op uw website)
U beweert stellig dat u onze trainingsmethodes kent en daarom uw conclusies kan trekken, welnu ik heb u nog nooit op onze stal gezien om onze trainingen te volgen dus is het heel gevaarlijk om uw wilde verhalen zomaar af te schieten.
Ik ben herhaaldelijk (dit is wel enkele jaren geleden) bij U op stal geweest en heb naar trainingen van enkele leerlingen van U en mevrouw van Grunsven zelf gekeken en toen ook een prettig gesprek met haar gehad waar ik enkele vragen heb kunnen stellen.
Wij beiden kunnen ons dat überhaupt niet herinneren of het zou behoorlijk wat jaren geleden moeten zijn geweest, maar verder toch nog geen gegronde reden om uzelf als kenner aan te merken van ons trainingssysteem dat zo complex is dat Anky zelfs na 14 jaren samenwerking nog vaak verwonderd is hoe we nog vaak dingen gedeeltelijk of geheel veranderen naargelang de training of beter gezegd het paard het vraagt. Dat vind ik nou het mooie van de “moderne “ benadering van het omgaan en trainen met paarden. Wij passen ons altijd aan het paard aan en veranderen daardoor vaak onze training, dit is Anky of mezelf nooit bijgebracht in het verleden door onze klassieke trainers in Duitsland. Integendeel, men moest de oefening zo vaak doorrijden dat het paard het opgaf na verloop van tijd en dan maar ongekunsteld en met tegenzin de oefening uitvoerde of men ging over tot geweld over om het zo maar af te dwingen want het paard “begreep het toch niet en was dom” of het duurde hun te lang en was hij een werk weigeraar. Ik heb honderden goede paarde zien komen en gaan die niet in hun systeem thuis hoorden en weer werden afgeleverd bij de eigenaar. Als dat klassiek moet zijn, sorry hoor!!
Ook heb ik u nog nooit op onze clinic’s gezien om daar goed gefundeerde vragen te stellen. Waar was u dan? Want dat waren toch wel eerste klas mogelijkheden om een antwoord te krijgen op uw mogelijke zeer wijze vragen!
Ik heb in de laatste jaren meer dan 10 clinics en optredens van Mevr. van Grunsven gezien en heb goed gekeken en goed geluisterd. Een clinic is alleen voor mij niet een zinvolle gelegenheid om een discussie te voeren.
Bij Professionals on Tour was er gelegenheid genoeg, die waren nl zeer interactief naar het publiek toe. Daar hebben we u helaas ook niet gezien of gehoord. Wij stonden daar meer dan open voor discussie!! Bij Anky’s “gewone “clinics“ kan men meestal nog niet eens vragen stellen en zijn helemaal niet instructief bedoeld maar gaat het meer om vermaak omdat er veel niet paardenmensen dan op de tribunes zitten.
En als u al meent dat het allemaal zo verkeerd is waarom achtervolgt u de springruiters dan ook niet die rijden haast allemaal al tientallen jaren diep en dan zelfs nog met de meest vreselijke bitten en allerlei hulpteugels?
Ik ben het met U eens, dat op veel terreinen van de paardensport good practice en bad practice aan de orde zijn. Alleen heb ik zelf niet genoeg verstand van het springtraining en ook niet dagelijks met springruiters te maken en ben ook niet zo zeer op de hoogte van de ontwikkelingen daar om iets zinvols te kunnen bijdragen. Ook hier zou zeker vermeerde toezicht gehouden moeten worden.
Ik wil u niet ontmoedigen maar er wordt wel uitzonderlijk beter en paardenvriendelijker getraind en voorbereid op de wedstrijd gedurende concours hedentendage en was het voor een twintig jaren vaker barbaars wat er zich afspeelde op wedstrijd. Dat wil niet zeggen dat het nu allemaal koek en ei is maar wel beter. Nieuwe meer gedetailleerde regels en guidelines voor stewards kunnen het zelfs op een nog hoger niveau brengen.
Een paard is een paard of bij u misschien niet?
Hier begrijp ik U vraag niet zo goed en kan daarom niet goed antwoorden. Misschien het volgende: Ik heb meer dan 35 jaar paarden gereden en getraind en ben nu in bezit van zeven paarden. In de loop van deze ervaringen heeft zich wel mijn relatie tot paarden ontwikkeld en ook op sommige punten veranderd. Vooral heb ik in al deze tijd zeer veel geleerd (over hun, mensen en over mij zelf). En ik hoop in de jaren die ik nog fit genoeg ben dat te kunnen volhouden nog veel meer te leren. Voor mij is een Fjord of een Islander netzo een waardevol wezen als een top-vererver of een winnende draver of een top dressuurpaard.
Wat ik zeggen wilde is dat het niet uitmaakt welke discipline je beoefent, het gaat erom hoe men paarden bejegent en behandeld.
Of, nog erger, de military ruiters, die vaker dode paarden mee naar huis nemen als ze zelf al niet hun nek gebroken hebben.
Ik heb vroeger wel (op laag niveau) de een of andere cross gereden. Ook hier bestaat goede en slechte praktijk en de voornaamste reden voor ongelukken blijkt in de military te zijn dat te weinig goed getrainde ruiters en paarden aan de start gaan en zich overvragen. Ook hier is zeker veel te verbeteren aan de toezicht en controle. Maar ook hier ben ik op het moment zelf niet goed genoeg geïnformeerd om iets zinvols te kunnen bijdragen.OK
Dit is voor u blijkbaar dus niet zo erg als paarden die vaker wat diep getraind worden.
Waar liggen uw maatstaven dan eigenlijk, u maakt u zelf daardoor wel erg ongeloof waardig.
Ik vindt het altijd erg, indien paarden bewust of onbewust door mensen niet begrepen of in hun welzijn bedreigd of beperkt worden, waar dat ook gebeurd: in de topsport, subtop, basissport en vrije tijdsbesteding of in maneges. Ik ben ook vel tegen paardenslachttransporten met EU gelden door half Europa en voor een “artgerechte” huisvesting en bejegening van paarden, om nog enkele punten op te noemen. Ik probeer dan ook zo ver dat mijn mogelijkheden toelaten hieraan iets te veranderen door het zelf uit te dragen, mensen te informeren en te helpen het paard beter te begrijpen en hun techniek en attitude, huisvesting en bejegening te verbeteren. Maar in mijn door U genoemd artikel heb ik het dan alleen over problemen die ik voor rij- en sportpaarden en ook hun ruiters zie bij toepassing van de LRD-methode.
Dat bedoel ik nou, ik strijd niet af dat er dingen gebeuren die normaliter niet door de beugel kunnen bij de zogenaamde LRD-methode, maar u sluit blijkbaar uw ogen als de “klassiekers “ langskomen want daar kan ik nu ook wel hele boeken over schrijven. Ik vind het daardoor een beetje kinderachtig worden. Een mooi Nederlands spreekwoord is daarom hier zo mooi van toepassing, nl, VEEG EERST VOOR JE EIGEN DEUR!!!
Een ding kan ik u met 100% verzekeren, nl dat als er een persoon op deze planeet altijd zeer paardvriendelijk traint en met haar paarden met veel liefde omgaat dan is het Anky wel en zelfs een blinde kan zien dat al haar paarden alles voor haar over hebben.
Ik heb mevr. van Gunsven nooit veronderstelt, dat ze bewust haar paarden mishandeld. Ik heb alleen dingen waargenomen, die erop wijzen, dat in veel situaties (die ik zelf gezien of op beeldmateriaal bestudeerd heb) de paarden wel onder extreme druk staan en zeer beperkt worden in hun mogelijkheden en tekenen van onwelzijn en stress vertonen. Ik heb een gebruik van de stang gezien die ik niet goed kan vinden en ook ruiterhulpen, die ik – bij aller respect – bij mijn eigen leerlingen zou corrigeren en- indien ik ze als jurylid in de basis zou tegenkom - als onderwerp voor een gesprek zou gebruiken. Ook heb ik al veel (daadwerkelijk doorgekomen of in de kiem verstikte) protest van haar paarden op soortgelijke hulpen met eigen ogen gezien. Ik kan mij goed erin verplaatsen, dat voor een topsporter onder de druk van het moeten presteren en het hebben van succes soms bepaalde waarnemingen niet meer mogelijk zijn (ik weet ook van mijzelf, dat ik in soortgelijke situaties onrechtvaardig kon zijn) , maar ik zie vooral de uitwerkingen van deze systematisch toegepaste en met voorbeeldfunctie demonstreerde methode in de manier op die paarden in de basis worden bejegend en gereden en ook op de ruiterattitude terug en dit baat mij zorgen. Op deze punten ben ik sinds 2001 in verschillende commentaren ingegaan.
Zie mijn antwoord, hier direct boven en buiten dat vind ik ook nog dat u niet voor Anky moet proberen te denken of in haar probeert te verplaatsen , dat kan ze zelf goed genoeg!
Het is toch zeker niet puur toeval dat ze al minstens 15 paarden op het hoogste niveau getraind heeft die stuk voor stuk tot op het hoogste sport niveau gekomen zijn.
Het is ook natuurlijk puur toeval dat haar eerst GP paard Prisco met zijn 32 jaar nog heel tevreden en gezond bij ons rondloopt en dat een zekere Bonfire met zijn bijna 23 jaar nog bijna iedere dag licht gereden wil worden en totaal gezond is en daarbij nog volop van zijn omgang met mensen en de wei geniet!
Ik heb de ruiterlijke ontwikkeling van Mevrouw van Grunsven nauw gevolgd en ben er ook zeker ervan dat haar successen geen toeval zijn en zij over buitengewoon veel talent en een immense bereidheid tot hard werken beschikt. Ik heb ook veel bewondering voor wat ze tot op heden heeft bereikt. Maar dit feit veranderd niets aan mijn inhoudelijke kritiek op de toegepaste en propageerde methode met alle consequenties voor de paarden (ook die het niet volhouden), de paardensport en de basis..
Toch maar eens proberen om eens echt uit te vinden van wat u steevast de LDR-methode eigenlijk inhoudt, dat zal zeker helpen. Een andere mededeling is dat het LDR rijden maar een tool is van de velen die we gebruiken het is erg kortzichtig om van een onderdeel maar gelijk een scala te maken, dat doet eigenlijk heel erg tekort aan ons trainers zijn!
Een tip voor u is om de wetenschappelijke rapporten die mee en mee naar buiten worden gebracht over het diep rijden eens zorgvuldig te lezen en nog een andere raad is om eens goed oude foto’s en films te bekijken van onze goede oude klassiekers en dan zult u waarschijnlijk ook pijn aan uw ogen en hart krijgen net als wij zelf.
Ik ben al langer op zoek naar de wetenschappelijke rapporten over de LDR-methode , die herhaaldelijk op internet waren aangekondigd. Indien U mij zou willen aangeven waar ik ze kan vinden, dan zal ik ze beslist met veel interesse lezen.Wacht u maar rustig af, het komt!
Wat de oude foto’s en films betreft zo heb ik al jaren literatuur en illustraties over de ontwikkeling van de ruitersport bestudeerd en heb daar kunnen vaststellen, dat ook vroeger “good en bad practice” mogelijk was. Hierover kan ook veel in de literatuur vanaf het 17 eeuw (en zelfs eerder) teruggevonden worden. Ik geef U volledig gelijk: niet alles wat oud was was ook goed. Ook tegenwoordig doen zich mensen als “klassiek” voor, die met de echte klassieke rijkunst en de zich daaruit voort ontwikkelde ook door de FEI gepropageerde scala van de dressuuropleiding niets te maken hebben. Ook de klassieke leer kan verkeerd geïnterpreteerd en toegepast worden. En ook daar kunnen mensen bewust of niet bewust fouten maken. Dan is dat ook niet in orde. Alleen moet dan erover gediscuteerd worden of het woord klassiek dan hiervoor nog het juiste woord is, want bij het begrip van klassiek hoort ook een bepaalde filosofie, logische opbouw en ethische kant van het verhaal.
U bent het toch wel met me eens dat de gepubliceerde foto’s en films toch zeker bedoeld waren om een goed representatief kwaliteitsvol beeld te geven van wat er toen gaande was. Ik heb tenminste nergens een ondertitel kunnen vinden die het tegendeel beweerde!
En mijn allerlaatste opmerking is dat Anky en ikzelf en momentele leerlingen van ons in het verleden en recentelijk nog op zeer gerenommeerde klassieke stallen in Duitsland getraind hebben en dat daar met de regelmaat van de klok taferelen plaats vonden die niets maar dan ook niets met paardrijden te maken hadden en zeker niet als paardvriendelijk betiteld konden worden maar zelfs integendeel als het molesteren van een paard aangeduid konden worden. Wij hebben hier altijd onze mond over gehouden maar misschien is inderdaad de tijd wel aangebroken zoals u zelf ook al aangeeft dat we daar maar eens een boekje over open moeten gaan doen om de zogenaamde schijnheiligen in onze sport eens goed aan de kaak te stellen!
Elke tafereel waar paarden niet correct benaderd worden is niet in orde en er hoort iets aan gedaan te worden. Elke escalatie is gewoon een te veel. Dit is ondermeer ook de taak van de hippische pers maar ook de desbetreffende sportorganisaties en ook kritische reacties van paardenliefhebbers zijn hier gevraagd. Hier is zeker meer tranparans en meer (ook sociale) controle nodig. Juist na het verdwijnen van het ijzeren gordijn weten wij ook uit andere topsporten, dat hier achter een mooie fassade naar buiten toe dingen gebeurden, die niet mogen gebeuren. Alles wat hier tot verbetering bijdraagt is zeker welkom.
Voor de afsluiting van mijn antwoord op Uw reactie nog het volgende:
Ik hoop, dat U begrijpt, dat het niet mijn wens is iemand persoonlijk aan te vallen. Mij baten gewoon de door observaties in de paardensport ontdekte ontwikkelingen zorgen, en ik wil een bijdrage leveren hieraan iets te veranderen. Een zinvolle discussie ondermeer in de pers of op internet lijkt mij hiervoor een goede mogelijkheid. Pas door met elkaar in het gesprek te komen en pro en contra’s duidelijk op een rij te hebben en mensen aan het denken en aan het kritisch kijken te zetten kunnen ontwikkelingen op gang komen.
Ik sta voor alles open, wat aan de LDR- methode ondersteunende vakpublicaties zich aandient. Tot op heden is het mij niet gelukt iets te vinden, wat mijn tot dusverre ontwikkelde stellingen en conclusies heeft kunnen veranderen. Wij zelf voelen ons ook niet geroepen om het tot vervelens toe aan iedereen proberen uit te leggen, sorry maar daar hebben we te weinig tijd voor en hebben we ook de nare ervaring dat velen van de “tegenpartij“ zich zo afsluiten voor andere mogelijkheden dan de hunne dat we onze verwoede pogingen maar gestaakt hebben. Kortzichtigheid was en is dan troef. Ik hoop alleen van harte dat ze zo niet op hun baan zijn of met hun eigen bedrijf omgaan want dan denk ik dat ze weinig klassieke mogelijkheden hebben in de toekomst. Hoe zegt men dat ook zo mooi; Stilstand is achteruitgang, toch!!
Hoogachtend
Ulrike Thiel
Reactie van Ulrike Thiel d.d. 21.12 2005:
Geachte Meneer Janssen,
Dank voor Uw antwoord, die ik in goede orde heb ontvangen.
Samenvattend en afsluitend concludeer ik uit uw antwoord het volgende:
Uit onze e-mail discussie blijkt, dat wij het m.b.t. een aantal punten beiden helemaal eens zijn. Dit is al heel wat en blijkbaar leidt communicatie wel tot beter wederzijds begrijp op sommige punten.
Ik zal ook niet uitgebreid antwoorden maar wil alleen duidelijk maken waarmee ik nog steeds moeite heb:
Wat mijn kritiek aan de LDR methode (als geheel of onderdelen daarvan) betreft werpt U mij voor, dat ik of op persoonlijke titel of vanwege onvoldoende informatie niet genoeg afweet om hierover te kunnen oordelen. Desondanks bent U helaas niet bereid mij verder te helpen door publicaties op te noemen, waarin ik het gehele verhaal vanuit een door U geautoriseerde bron zou kunnen bestuderen. Ik heb al mijn bereidheid duidelijk gemaakt mijn momentele standpunt met aller plezier te willen toetsen, indien ik over authentiek materiaal zou beschikken. Zo kan ik helaas mijn standpunt alleen opgrond van observaties en dat wat ik tot op heden heb kunnen betrekken bij mijn meningsvorming onderbouwen. Dit vindt U weer onvoldoende, en dan blijft dit een vicieuze cirkel.
Indien U aan zou geven waar geïnteresseerden hun informatie over de LDR methode zwart op wit kunnen nalezen, zouden veel van de critici en ook alle geïnteresseerden paardensportvrienden, (die zich niet eens Per Se “tegenstanders” zouden willen laten noemen) hierbij gebaat zijn, en de algemene discussie hierdoor op een zakelijke en minder geloofsovertuigingachtige manier gevoerd worden, Dit zou ook veel misbruik door kennelijk verkeerde imitatie, over die wij kennelijk beiden niet gelukkig zijn voorkomen.
Hoogachtend
Ulrike Thiel