Ingang voor therapeutische interventies: het lichaam, de houding en beweging, het experimenteren met beweging en houdingsveranderingen, het inspelen op vreemde bewegingen en houdingen en de ermee gekoppelde gevoelens zijn de wezenlijke ingang voor alle interventies (van welke vorm dan ook). Dit vindt naast het bewegen met het paard ook zijn uitdrukking in de directe, analoge lichamelijke communicatie met het paard. Weten wat ik doe - weten wat ik wil - willen wat ook kan. Bij psychisch zieke mensen is vaak de waarneming van het eigen lichaam en zijn reacties en acties verstoord. Bewegingsmodaliteiten en mogelijkheden worden niet waargenomen of gebruikt. Er is weinig keuze en weinig bewustwording van de eigen mogelijkheden. "Pas als ik weet wat ik doe kan ik doen wat ik wil" (M.Feldenkrais). Vaak is het voor de psychisch zieke mens niet alleen moeilijk om te "weten wat ik doe", maar ook om "te weten wat ik wil" en "te willen wat ik ook kan" valt niet mee. En hierop richt zich het therapeutische proces: bewustwording van het eigen lichaam en zijn mogelijkheden leidt tot waardering van het eigen lichaam en maakt het de cliënt mogelijk zich ook weer voor anderen open te stellen en de
realiteit in de vorm van anderen in het oog te zien. Dus via de bewustwording van de lichaams "verhalen" wordt de cliënt ook weer in staat om bewust anderen (het paard) waar te nemen en zich met een dialoog in te laten. Deze is dan ook eerst puur lichaamsgericht (zoals toen tussen moeder en kind) en gaat dan via analoge communicatie met behulp van de therapeut steeds meer in de richting van verbalisatie en begrijpen om uiteindelijk in bewust sturen en in handen nemen door de cliënt uit te monden. Dit geldt in het ideale geval van een afgeronde therapie, waarin therapeut en paard in elke fase een andere functie innemen, en waarin ook de interventies daarop zijn afgestemd. De toepassing voor PTP is evenwicht in letterlijke en figuurlijke zin met het paard in interactie; dit is
het belangrijkste element in deze lichaamsgerichte setting. De psychisch uit evenwicht geraakte cliënt leert
op en met het paard zijn fysieke evenwicht opnieuw te vinden, te definiëren en te beleven. Hij leert enerzijds op zijn reflexen te vertrouwen die hem in evenwicht kunnen houden, anderzijds ook door zijn bewegingen bewust en planmatig onder controle te krijgen het evenwicht te herstellen. Hij leert met lichamelijke correlaten van emoties om te gaan die hem uit evenwicht dreigen te brengen. De transfer van fysieke naar psychische belevenissen en processen is vaak aangetoond. Het leren onderscheiden van reflexmatig, habitueel, emotioneel
en planmatig bewegen helpt cliënten zich beter te leren kennen en meer mogelijkheden en vooral alternatieven voor niet gewenste gedragspatronen te ontwikkelen. Hij leert op zich, zijn lichaam en ook zijn reflexen te vertrouwen. Dit gebeurt met ondersteuning van therapeut en paard. En ze leren deze niet opgedrongen hulp van beide te accepteren. De therapeutische interventies richten zich op het

opbouwen en bewust beleven van het fysieke evenwicht
opsporen van hinderlijke factoren
overzetten van deze lichamelijke belevingen naar .psychische correlaten
hun bewustmaking
benoeming en het verwerken van deze bewustwording en
in kaart brengen van de belevenissen in de richting van het leven buiten
de paard-cliënt-therapeut-triade.