Wat maakt paarden geschikt om een positieve functie binnen een therapeutisch proces te hebben?
Paarden kunnen haarfijn reageren op de gemoedstoestand van een ander dier uit de kudde. Ze zijn heel gevoelig voor de kleinste lichamelijke signalen en bewegingsimpulsen, ook als die van de mens komen. Paardachtigen kunnen agressie en angst, maar ook genegenheid en veiligheid voelen. Dat heeft niets te maken met bovenzinnelijke waarneming, maar hoort bij hun natuurlijke overlevingsmechanismen (Thiel 2007).
Deze eigenschappen maken het paard tot een natuurlijke spiegel van degene die met hem omgaat of hem berijdt. Het paard reageert op de primaire analoge lichaamssignalen van de mens – signalen die vaak niet overeenkomen met wat iemand zichzelf bewust wil voorhouden. Dat kan confronterend zijn. Elke wedstrijdruiter weet hoe hij zijn eigen spanning op het paard overbrengt. Afhankelijk van de bereidheid om in die spiegel te kijken, kan men denken: "mijn paard laat me in de steek", of juist: "ik moet mijn eigen spanning onder controle krijgen om mijn paard te ondersteunen". In het laatste geval draagt paardrijden bij aan de persoonlijke ontwikkeling.
Bewegen met en op het paard kan voor de mens een intensieve ervaring zijn. In elke gang heeft de beweging een specifieke werking op lichaam, geest en ziel. Wanneer een paard ontspannen, rechtgericht en met een swingende rug loopt, biedt het een driedimensionale bewegingskarakteristiek die tegelijkertijd stimuleert en ontspant. Dit vereist wel dat het paard "durchlässig" is en geen pijn of ongemak ervaart.
Op de rug van het paard ervaar je intensief wat "in evenwicht zijn", "uit evenwicht raken" en "je evenwicht terugvinden" inhouden. De talloze neuromusculaire stimulansen werken in op het menselijk lichaam, terwijl het paard op zijn beurt uiterst fijngevoelig reageert op de bewegingsimpulsen van de mens. Zo ontstaat een directe bewegingsdialoog – een oorspronkelijk biofeedback-systeem.
Recent hersenonderzoek heeft uitgewezen dat zowel mensen als dieren beschikken over spiegelneuronen, die het "meevoelen" met soortgenoten mogelijk maken. Als kudde- en vluchtdieren zijn paarden sterk aangewezen op hun sociale competenties en hoge fijngevoeligheid.
De beschermingsdrang die eigen is aan het paard ten opzichte van veulens en zwakkere dieren, kan zich ook uitbreiden naar de menselijke partner. Paarden zijn in staat nauwe, emotionele banden aan te gaan. Voorwaarde is wel dat de mens zich hiervoor openstelt en dat het therapiepaard in een passende setting en onder deskundige begeleiding de gelegenheid krijgt deze eigenschappen te ontplooien.
Paarden communiceren via subtiele lichaamssignalen. Omdat zij geen dubbele boodschappen kunnen uitzenden of begrijpen – Watzlawick (1969) spreekt over "analoge communicatie" – reageren ze op de oorspronkelijke lichamelijke boodschappen in plaats van op talige constructies of ontkenningsmechanismen. Het paard gedraagt zich exact zoals het zich voelt. Dit biedt de mens een enorme kans om via de reacties van het paard onbewuste gevoelens en conflicten te gewaarworden en te werken aan een eerlijke lichaamsuitdrukking.
Door duizenden jaren van samenwerking is het paard genetisch geneigd toenadering tot de mens te zoeken. Het bekijkt de mens niet kritisch door conventies, maar accepteert hem zoals hij hier en nu is.
Daarnaast oefent het paard een enorme aantrekkingskracht en motivatie uit. De intrinsieke wens om dicht bij het paard te zijn en met hem te bewegen, maakt dat situaties die anders als beangstigend worden ervaren, in een positief daglicht komen te staan. Dit wordt versterkt door de diepe, archetypische symboliek die mensen aan het paard toekennen (kracht, standvastigheid, schoonheid).
De interactie met het paard spreekt al onze zintuigen aan. De vele fysieke en psychische prikkels kanaliseren zich via het zenuwstelsel en beïnvloeden onze hersenstructuur, neurologische functies, stofwisseling en hormoonhuishouding. Dit bevestigt wat ervaren equitherapeuten al lang weten:
Bron: Thiel, U. et al.: Equitherapie (SHP), 2011