Hippocampus Nederland
HippoCampus
Instituut voor Equitherapie en Hippische Sportpsychologie
 
Google+

Workshop mit Claudia WEeingand und Ulrike Thiel

Over longeren op HIppoCampus

Gymnastiek aan de longe

 

Dat longeren meer inhoudt dan je paard rondjes laten lopen aan een lang touw, mag inmiddels wel bekend zijn. Als de basis goed aangeleerd is, kan er door cavaletti of een sprongetje variatie en diepgang toegevoegd worden. Hoefslag woonde een workshop bij van Dr. Ulrike Thiel.

TEKST EN FOTO’S: NATASHA BRUINSMA (Hoefslag artikel)

Hoewel deze workshop speciaal gericht is op het longeren over cavaletti en gymnastikspringen, begint Ulrike Thiel toch met het uitleggen van een paar basisprincipes. Zelf heeft ze haar klassieke opleidingen gevolgd in Oostenrijk en Duitsland waar het longeren veel aan bod kwam. Verder heeft ze een voltige-achtergrond en in het kader van haar werk als equi-therapeut, gebruikt ze het longeren veel in de behandeling van patiënten en voor het geven van zitlessen en voor revalidatie en training van verreden paarden. Haar paarden zijn dan ook ware meesters in het demonstreren van het correct gaande paard aan de longe en reageren tevens heel duidelijk op veel gemaakte fouten van de cursisten.

Basis

‘Net als wanneer je op een paard zit, wil je aan de longe een fijne communicatie met je paard hebben. Dit houd ondermeer in dat je een lichte aanleuning hebt en controle over het tempo. Verder moet het paard van achter naar voor bewegen en deze beweging als een golf over de rug laten lopen (amplitude). Het wordt vervolgens een echte training wanneer het paard rechtgericht is en met zijn binnenachterbeen goed diagonaal naar buiten onder de massa stapt. Van daaruit kan je stelling en buiging vragen en dan gebruikt hij zijn spieren correct en voegt het longeren iets toe aan de scholing van een paard.’ begint Ulrike Thiel het theoretisch gedeelte van de workshop. Maar om dit alles te bewerkstelligen, is het van belang dat de longeur de juiste hulpen geeft. Dat vergt een kritische blik naar de eigen lichaamsbeheersing van de longeur. ‘Veel gemaakte fouten zijn dat de longeur te veel meeloopt met het paard en zelf niet in het midden van de cirkel blijft staan. Door een extra lange (voltigeer)zweep te gebruiken, kan je hulpen (bewegingsimpulsen voor het paard)  geven zonder zelf de hele tijd het gevoel te hebben naar het paard toe te moeten lopen. Door zachtjes met de hand te begrenzen en van achter de het achterbeen stimulerende  zweephulp te geven, moet een paard leren in balans  met een rustig tempo  een gelijkmatige cirkel te maken zonder naar binnen te vallen of naar buiten uit te zwaaien. Hiervoor moet je je dus ook steeds bewust zijn van jou positie ten opzichte van het paard en de bewuste (en onbewuste!) hulpen (d.w.z. bewegingsimpusen)  die je met de zweep geeft.’ aldus Thiel. Zelf is ze geen voorstander van het longeren in een longeercirkel: ‘Je wil dat het paard op eigen benen en in balans loopt. Dat gaat naar mijn mening niet als hij als een soort stijle-wand-racer in een longeercirkel loopt. De bodem is vaak zwaar en tegen de hoefslagkering hoog opgelopen, dan gaat een paard makkelijk naar binnen hangen of optische steun zoeken aan de wand, in plaats van dat hij aan je hulpen op eigen benen, in aanleuning achter onder treedt.’

Meedenken

Net zoals mensen zijn paarden rechts- of linkshandig en hebben zowel de longeur als het paard dus een voorkeurskant. Het advies van Ulrike Thiel is om de opwarming te beginnen met de voorkeurskant van het paard. Zo zoek je niet meteen de moeilijkheden op. ‘Let tijdens het verdere longeren wel op dat je voldoende afwisselt en dat je niet onbewust langer op je eigen voorkeurskant longeert. Het beste is om steeds de tijd op te nemen. Rechtsom is voor de meeste paarden lastiger (omdat hun het binnenachterbeen zelf niet zo goed onder de massa kunnen brengen) en dat zie je ook bij bijvoorbeeld het aanspringen in galop. Je moet het trainen dus op elke hand anders aanpakken om het paard optimal te kunnen ondersteunen,  recht te maken en te houden.’ Het is belangrijk om in het begin in een rustig tempo  te longeren, anders gebruikt het paard zijn rug niet. Met een gast pony laat Ulrike Thiel zien dat het enige vorm van geduld vergt om een fris dier rustig aan zijn longeer sessie te laten beginnen. Door de pony steeds terug te halen en opnieuw te beginnen, heeft het dier uiteindelijk door dat het niet de bedoeling is om te rennen voor de lange witte voltigeerzweep. In een rustig tempo draaft de pony rond veert zijn bewegingen elastisch af en houdt geconcentreerd zijn voltigeur in de gaten. Ulrike Thiel: ‘In het begin was er sprake van reactief bewegen, de pony rende wel maar lette niet op wat hij deed, met het risico op een ongeluk of blessure als gevolg. Hij sloot zich eigenlijk af en daardoor onttrekt hij zich aan mijn hulpen. Nu maakt hij wel contact en is er sprake van gepland bewegen in overleg met mij , wat veel beter is voor botten, pezen en spieren. Doordat er meer rust is in de beweging, kan de pony als het ware zelf mee gaan denken over wat hij doet met zijn lijf. Dat willen we hebben! Het toevoegen van cavaletti of een hindernis bevorderd dit meedenken. Een paard moet zich dan heel bewust zijn van zijn positie in de driedimensionale ruimte van de bak en zijn beenzetting. Hij moet zijn tempo, impuls en bewegingsplanning onder controle hebben. Ulrike Thiel: ‘Je geeft daarmee het paard de mogelijkheid om mee te denken en om met je samen te werken. Er kan een hele leuke dialoog ontstaan die zowel het paard als de voltigeur (ruiter) plezier en zelfvertrouwen geeft. Voor paarden die zich snel vervelen is het een leuke afwisseling. Voor paarden die wat ‘onhandig’ zijn is het een hulpmiddel om zich bewust te maken van hun lijf en beweging en hun lichaamsgevoel te verbeteren.’

Cavaletti

Zodra de basis van het longeren onder de knie is, kunnen cavaletti worden gebruikt. ‘Zelf leg ik de cavaletti altijd in een rechte lijn en dus niet op de volte. De reden is dat over de hele breedte de afstand dan hetzelfde is. Als ze op een volte liggen, moet je heel goed sturen om op de plek met de juiste tussenafstand uit te komen. Dat maakt het onnodig moeilijker. Daarnaast gebruik ik juist de bocht voor en na de cavaletti om het achterbeen goed diagonaal naar buiten onder te laten treden. Deze opstelling betekend wel dat ik tijdens het lopen van de cavaletti zelf recht mee moet lopen, tot ik de wending weer inzet vanuit het binnenachterbeen erna. In stap is dat niet zo moeilijk en kan je gerust meer cavaletti gebruiken. In draf gebruik ik er maar drie achter elkaar. Dat geeft mij de tijd om de wending goed voor te bereiden, recht mee te lopen en vervolgens de wending weer mooi af te laten maken. Doordat het paard kijkt waar hij loopt, laat hij zijn hals mooi zakken en gebruikt daardoor zijn rug goed. Wat de afstanden tussen de cavaletti betreft, die kan ik je niet op papier geven. Je moet zelf kijken wat voor jou paard of pony de beste afstand is en dat ook aanpassen als je het tempo veranderd. Als longeur moet je je paard blijven aankijken en mee zijn met de impuls en beweging van het paard. Als je dat niet doet, verliest je paard ook aan concentratie en daarmee aan ritme en timing. Het moet een dialoog zijn warbij je het paard permanent helpt en ondersteund om zich optimaal te kunnen bewegen !’ verduidelijkt Thiel. Meteen in het begin van de longeersessie kan je al cavaletti gebruiken. ‘Laat het paard er aan de lange teugel overstappen en je zal merken dat het paard er ontspannen en attent door wordt. Omdat hij wil kijken waar hij stapt, zal hij zijn hoofd en hals laten zakken waardoor de rugspieren losgewerkt worden. Het paard rekt zich vanuit de schoft naar voorwaarts neerwaarts , laat de rug opbollen en zo kan de rug swingen met de beweging van het paard. Hierdoor wordt het mogelijk dat het paard zijn bekken kantelt en daarmee zijn achterhand onder de massa plaatst (verzameling, Hankenbeugung) . Dit in tegenstelling tot veel paarden die hun rug  en heup niet goed gebruiken en alleen buigen vanuit het spronggewricht. Nogmaals, alleen als de hals op lengte is kan de rug mee veren.’ drukt Ulrike Thiel haar cursisten op het hart.

Bijzetten

De hals op lengte houden, betekend niet dat een paard tijdens het longeren alleen met de neus over de grond moet lopen. Hij mag zeker ook opgericht worden door   heup en achterbeen erbij te halen met ondersteuning  van een bijzetteugel aan de voorkant. Thiel: ‘Vanuit de visie dat alles wat (“aan de voorkant”) naar beneden trekt of duwt niet goed is voor het paard, gebruik ik alleen de meest simpele bijzetteugels. Anders dwing je het paard om achter de teugel te lopen en niet om zich te rekken. De bijzetteugels moet je steeds variëren van lengte, net zoals je doet hij je teugels als je het paard rijdt. Dat betekend soms om de paar minuten verstellen, afhankelijk van wat je met het paard doet. Ook over cavaletti kan je een bijzetteugel gebruiken, zolang je het paard in de gelegenheid stelt om te zien waar hij loopt. Bij het springen aan de longe is een bijzetteugel niet wenselijk.’

HINDERNIS

De voorbereidingen naar een hindernis toe zijn hetzelfde als naar de cavaletti. Zorg wel dat de staanders niet boven de balken uisteken zodat de longe er niet in blijft hangen. Verder is het belangrijk om voldoende mee te geven zodat het paard geen ruk in de mond of aan de kaptoom krijgt als het springt maar wel de aanleuning te behouden. Het is verstandig om dit eerst een keer te doen onder begeleiding van iemand die hier ervaren in is. Je zult zien dat het een plezierige afwisseling is voor zowel ruiter als paard en dat je er onder het zadel ook profijt van hebt als het paard correct gelongeerd wordt!