Een verslag door Natasha Bruinsma (Hoefslag) over de workshop van Dr. Ulrike Thiel.
Dat longeren veel meer inhoudt dan je paard rondjes laten lopen aan een lang touw, mag inmiddels wel bekend zijn. Als de basis goed aangeleerd is, kan er door cavaletti of een sprongetje variatie en diepgang toegevoegd worden. Hoefslag woonde een workshop bij van Dr. Ulrike Thiel.
Hoewel deze workshop speciaal gericht is op het longeren over cavaletti en gymnastiekspringen, begint Ulrike Thiel toch met het uitleggen van een paar fundamentele basisprincipes. Zelf heeft zij haar klassieke opleidingen gevolgd in Oostenrijk en Duitsland, waar het longeren intensief aan bod kwam. Verder heeft zij een voltige-achtergrond. In het kader van haar werk als equitherapeut gebruikt zij het longeren veelvuldig bij de behandeling van patiënten, het geven van zitlessen, en voor de revalidatie en training van gereden paarden. Haar paarden zijn dan ook ware meesters in het demonstreren van het correct gaande paard aan de longe en reageren bovendien feilloos op veelgemaakte fouten van cursisten.
"Net als wanneer je op een paard zit, wil je aan de longe een fijne communicatie met je paard hebben. Dit houdt onder meer in dat je een lichte aanleuning hebt en controle over het tempo. Verder moet het paard van achter naar voor bewegen en deze beweging als een golf over de rug laten lopen (amplitude)."
"Het wordt pas een echte training wanneer het paard rechtgericht is en met zijn binnenachterbeen goed diagonaal naar buiten onder de massa stapt. Van daaruit kun je stelling en buiging vragen; pas dan gebruikt hij zijn spieren correct en voegt het longeren werkelijk iets toe aan de scholing van een paard", aldus Ulrike Thiel in het theoretische gedeelte.
Om dit te bewerkstelligen, is het cruciaal dat de longeur de juiste hulpen geeft, wat een kritische blik op de eigen lichaamsbeheersing vereist: "Veelgemaakte fouten zijn dat de longeur te veel meeloopt met het paard en zelf niet in het midden van de cirkel blijft staan. Door een extra lange (voltigeer)zweep te gebruiken, kun je hulpen (bewegingsimpulsen) geven zonder zelf steeds naar het paard toe te hoeven lopen."
Zelf is zij geen voorstander van longeren in een krappe longeercirkel: "Je wilt dat het paard op eigen benen en in balans loopt. Dat gaat naar mijn mening niet als hij als een soort 'stijle-wand-racer' in een cirkel loopt waar de bodem door de hoefslagkering vaak hoog is opgelopen, waardoor hij naar binnen gaat hangen."
Net zoals mensen hebben paarden een voorkeurskant. Het advies van Ulrike Thiel is om de opwarming te beginnen op de hand die voor het paard het makkelijkst is. "Rechtsom is voor de meeste paarden lastiger. Je moet het trainen op elke hand dus anders aanpakken om het paard optimaal te ondersteunen en recht te maken."
Met een gastpony demonstreert zij hoe geduld loont: van reactief rennen naar gepland bewegen in overleg met de longeur.
"Door meer rust in de beweging kan de pony zelf meedenken over wat hij met zijn lijf doet. Dat willen we hebben! Het toevoegen van cavaletti of een hindernis bevordert dit meedenken enorm, omdat het paard zich bewust moet zijn van zijn positie en beenzetting."
Thiel legt cavaletti bij voorkeur in een rechte lijn neer en niet op de volte, zodat de afstanden over de breedte gelijk blijven. In draf gebruikt zij er doorgaans drie achter elkaar om de wending goed te kunnen voorbereiden.
Wat betreft het bijzetten: De hals op lengte houden betekent niet dat een paard met de neus over de grond moet slepen. "Vanuit de visie dat alles wat 'aan de voorkant' naar beneden trekt of duwt niet goed is, gebruik ik alleen de meest simpele bijzetteugels. Deze moet je steeds in lengte variëren, net zoals je met je teugels doet tijdens het rijden." Bij het springen aan de longe is een bijzetteugel uiteraard niet wenselijk.
De voorbereidingen naar een hindernis toe zijn identiek aan die bij cavaletti. Zorg dat staanders niet boven de balken uitsteken zodat de longe er niet achter kan blijven haken. Belangrijk is om voldoende mee te geven zodat het paard geen harde ruk in de mond krijgt bij de sprong, maar wel de lichte aanleuning behoudt. Wie dit onder ervaren begeleiding oppakt, zal merken dat het een fantastische afwisseling is die ook onder het zadel zijn vruchten afwerpt!

G