Hippocampus Nederland
HippoCampus
Instituut voor Equitherapie en Hippische Sportpsychologie
 

LET OP: de homepage van Hippocampus is op moment in editie.

Er wordt een nieuwe style gemaakt en alle data en topics worden vervangen.
Door corona is nu ook de planning een andere geworden en wij gaan alles meteen opnieuw er opzetten
Nog even geduld svp : Hippocampus biedt nu een aantal nieuwe mogelijkheden aan.
ONS STREVEN IS IN DE LAATSTE WEEK VAN JUNI KLAAR TE ZIJN.

Mocht u vragen hebben, dan neem contact met ons op via het reactie formulier

 

NIEUW
HippoCampus
ONLINE

 

Vindt het nieuwe Cursusprogramma hier
Voor speciale aanbiedingen en maatwerk kunt u het beste contact opnemen met HippoCampus

 

Wat maakt het paard geschikt voor een functie in de therapie

Het paard als spiegel ????

Wat maakt paarden geschikt om een positieve functie binnen een therapeutisch proces te kunnen hebben

Paarden kunnen haarfijn reageren op de  gemoedstoestand van een ander dier uit de kudde. Ze zijn heel gevoelig voor de  kleinste lichamelijke signalen en bewegingsimpulsen, ook als die van de mens komen. Paardachtigen kunnen agressie en angst, maar ook genegenheid en veiligheid voelen. Dat heeft niets te maken met bovenzinnelijke waarneming, het hoort bij hun natuurlijke eigenschappen om te kunnen overleven (Thiel 2007). Deze eigenschappen, die in de vrije natuur levensnoodzakelijk zijn, kunnen het paard gemakkelijk tot een spiegel maken van degene die met hem omgaat en hem berijdt. Het paard reageert daarbij op de primaire analoge lichaamssignalen van de mens. Deze signalen komen vaak niet overeen met wat de mens zichzelf wil voorhouden. En dat kan soms heel confronterend zijn. Elke wedstrijdruiter weet hoe hij zijn eigen spanning voor een proef op het paard overbrengt. Afhankelijk van zijn bereidheid in de spiegel te kijken die het paard hem voorhoudt, kan hij constateren: “mijn paard laat me in de steek”, of hij kan het als kans zien en denken: “ik moet mijn eigen spanning onder controle zien te krijgen om mijn paard bij deze proef te kunnen ondersteunen”. In het tweede geval kan paardrijden veel bijdragen aan de eigen ontwikkeling van de ruiter. Hij vindt het niet lastig dat het paard zijn psychische toestand doorziet, maar gebruikt die eigenschap juist om aan zichzelf te werken.

De driedimensionale beweging

Bewegen met en op het paard kan voor de mens in zijn hele wezen een zeer intensieve ervaring zijn. In elke gang heeft de beweging van het paard een heel specifieke werking op lichaam, geest en ziel van de ruiter. Als het paard ontspannen, rechtgericht en met een swingende rug loopt, beweegt zijn rug met een heel bijzondere, driedimensionale bewegingskarakteristiek, die tegelijkertijd stimuleert en ontspant. Voorwaarde is wel dat het zich prettig voelt in zijn beweging, dat het “durchlässig” is in klassieke zin, en geen pijn of ongemak ervaart door het gewicht of de zit van de ruiter. Het mag ook niet worden beperkt in de bewegingsamplitude. Daar komt bij dat je aan de rug van het paard heel intensief kunt voelen wat “in evenwicht zijn”, “uit evenwicht raken” en “je evenwicht terugvinden” precies inhouden. Bewegen met en op het paard kan zo bijdragen tot de innerlijke en uiterlijke balans van de mens, mits de bewegingen correct en onder goede begeleiding worden uitgevoerd. De bewegingen van het paard veroorzaken talloze neuro-musculaire stimulansen die je als mens op de ontspannen schommelende paardenrug moet zien te verwerken. Het verwerken van deze bewegingsstimuli gebeurt niet eenzijdig. Het paard reageert op zijn beurt uiterst fijngevoelig op de kleinste bewegingsimpulsen van de mens naast hem of op zijn rug. Hierdoor ontstaat een bewegingsdialoog tussen beide, die als een zeer oorspronkelijk en direct “biofeedback systeem” verklaard kan worden. Hierbij komt nog het psychische effect van het gedragen worden (zie ook Klüwer, Hanneder, Seibler, Strausfeld in dit boek), dat therapeutisch op veel manieren bruikbaar is.

De sociale capaciteiten

Recent hersenonderzoek bij mens en dier heeft uitgewezen dat dieren net als mensen beschikken over zogenaamde spiegelneuronen, die het “meevoelen” met soortgenoten mogelijk maken. Door passief meebeleven worden bij het paard

 

Het paard is in staat nauwe banden aan te gaan.

De beschermingsdrang die eigen is aan het paard ten opzichte van veulens en zwakkere dieren van de eigen soort, kan zich ook tot de menselijke partner uitbreiden. hersengebieden aangesproken die bij soortgenoten rechtstreeks door actieve beweging of het bijbehorende actieve voelen worden geactiveerd. Paarden zijn als kudde- en vluchtdieren immers bijzonder sterk aangewezen op hun sociale competentie. Hoewel het bij de huidige stand van de techniek makkelijker is wetenschappelijke metingen uit te voeren bij mensen en primaten, blijkt uit het gedrag van paarden dat ze beschikken over de eigenschappen om “mee te voelen”. Het paard kan zijn aangeboren eigenschappen als kuddedier met een hoge sociale intellientie en fijngevoeligheid, ook ten opzichtige relatie aangaan. Dat gaat gepaard met te van de mens ontplooien. Voorwaarde is alle emotionele consequenties en handelingen wel dat de mens er zich voor openstelt en van beide partijen. er adequaat op reageert. Bij een therapie kunnen deze eigenschappen echter alleen worden gebruikt als het paard de gelegenheid krijgt ze te ontplooien. Dit vraagt een passende setting en een therapiepaard dat Alleen als de mens zich echt ontspant, doet een paard dat ook. Spanning en ontspanning worden door het paard als het ware uitvergroot en dienovereenkomstig in de eigen reactie weergegeven.

deze eigenschappen tussen soortgenoten heeft kunnen ontwikkelen, maar ook en vooral een therapeut die zijn therapiepaard goed kent.

Analoge communicatie

Paarden communiceren via (vaak minimale) lichaamssignalen. Omdat paarden, in tegenstelling tot mensen, in hun communicatie geen dubbele boodschappen kunnen uitzenden of begrijpen (Watzlawik 1969 spreekt over “analoge communicatie”), reageren ze op de “oorspronkelijke” lichamelijke boodschappen die een mens uitzendt, en niet op wat er na een vaak onbewuste cognitieve bewerking door taal en talig denken van is overgebleven. Bij het paard mengen zich geen coping- of ontkenningsmechanismen met hun impulsen, gevoelens en handelingen. Anders gezegd: het paard gedraagt zich zoals het zich op dat moment voelt. Omdat een paard de complexe menselijke schakelingen zelf niet kent, kan het die ook niet op menselijke wijze herkennen, verwerken en erop reageren. Voor ons mensen biedt dit een enorme kans. In de omgang met paarden en door hun reacties kunnen we bij onszelf gevoelens, impulsen en conflicten gewaarworden, waarvan we ons tot dan toe vaak niet bewust waren. In pedagogische of therapeutische situaties kan zo met de hulp van het paard en door ondersteuning van de therapeut worden gewerkt aan een “eerlijke lichaamsuitdrukking”.

De aanvaarding van de mens

Duizenden jaren van samenwerking tussen mens en paard hebben bij het paard geleid tot een (waarschijnlijk inmiddels ook al) genetisch verankerde bereidheid en vermogen toenadering te zoeken tot de mens en met hem te communiceren. Het paard bekijkt zijn menselijke partner echter niet met de kritische, menselijke blik, die voorgevormd is door conventies en ervaringen, maar het accepteert de mens zoals hij is en zoals hij zich hier en nu tegenover het paard opstelt. Het paard is zelf gemotiveerd om contact te leggen en het motiveert mensen ook tot contact. Het stelt niettemin ook duidelijke grenzen. Als je een paard probeert je eigen voorstelling van bijvoorbeeld tederheid op te leggen zonder in een echte dialoog op zijn behoeften en signalen te letten, dan zal het daarop reageren. Hoe sterk het reageert, hangt af van zijn persoonlijkheid. Als de menselijke dialoogpartner zich bedacht heeft en het paard vervolgens op een acceptabele wijze benadert, zal het dier hem deze uitglijder niet nadragen, maar weer onbevooroordeeld de communicatie aangaan. Wat het paard – bijvoorbeeld in de sport – noodlottig kan worden, namelijk dat het zo veel van mensen accepteert en zich daarna bij een correcte behandeling weer openstelt, is in de therapie met paarden een egelrechte zegen. Vooropgesteld natuurlijk dat het therapiepaard geen traumatische ervaringen heeft opgedaan met mensen. Paarden waarvan de grenzen te vaak en te ernstig zijn overschreden door de menselijke “partner” kunnen zichzelf, net als een misbruikt kind, buiten hun eigen lichaam projecteren. Ze laten zich dan alles welgevallen, maar zijn er niet echt bj, zodat een dialoog onmogelijk is. Zulke paarden zijn niet geschikt m in te zetten als therapiepaard bij equitherapie. Van een beschadigd paard, dat eigenlijk zelf therapie nodig heeft, kun je immers niet verwachten dat het zich werkelijk kan openstellen naar de therapeut en de cliënt, of dat het zelf plezier beleeft aan de therapie.

Motivatie en aantrekkingskracht

Het paard oefent op zeer veel mensen een grote aantrekkingskracht uit, waardoor ze sterker gemotiveerd kunnen zijn een therapeutisch of pedagogisch ontwikkelingsproces aan te gaan. De wens dicht bij het paard te zijn, samen met het paard te bewegen, het aan te raken en een relatie met het dier op te bouwen, kan situaties die anders als beangstigend of onaangenaam worden ervaren, in een positiever licht stellen. Activiteiten die zeer veel inspanning kosten of waar men helemaal niet toe komt, worden haalbaar. De wens om iets te doen of te proberen komt dan van binnenuit (intrinsieke motivatie) en wordt niet van buitenaf opgelegd. Met het paard als bijzondere motivator zal de mens eerder processen toelaten die hij anders zou weigeren.

Symboliek van het paard

Heeft het paard zich na duizenden jaren van samenwerking (genetisch) aan de omgang met de mens aangepast, dan lijkt de mens het paard een evenzo genetisch bepaald potentieel aan symbolische betekenis toe te kennen. (Scheidacker 1991, 1999) Bij uiteenlopende etnische groepen is het paard de vertegenwoordiger van archetypische waarden zoals kracht, standvastigheid, schoonheid… Als ik cursisten of paardenvrienden een video laat zien van een vrij bewegende Lipizzanerhengst, kennen ze dit paard vaak algemene, archetypische eigenschappen toe. Ik krijg echter ook wel eens heel andere associaties te horen, die gebaseerd zijn op een persoonlijke interpretatie van het “thema paard”. We moeten ook met deze tweevoudige symboliek rekening houden bij elke therapie met paarden, want hij kan remmend of juist stimulerend werken. Feit is dat het paard weinig mensen onverschillig laat. Vaak roept het positieve associaties op en oefent het een geweldige aantrekkingskracht uit, maar ook een negatieve of ambivalente lading zijn mogelijk.

Het paard spreekt de mens als geheel aan

Als de mens zich voor het paard openstelt, worden al zijn zintuigen aangesproken door de interactie met het dier. Je kunt het paard ook met al je zintuigen ontdekken. Het is mooi, groot en esthetisch. Elk stukje van zijn lichaam ruikt weer anders en het voelt overal anders aan. De fijne structuur van de neus, de zachte vacht op de oren, sterke spieren, stevige harde hoeven… Zijn gedrag is spannend. Veel daarvan vinden we prettig, andere dingen wekken verbazing of maken ons in eerste instantie bang, omdat we ze niet kunnen plaatsen en begrijpen. Aanrakingen over en weer kunnen een dialoog met het paard laten ontstaan waar ook emoties, ons eigen lichaamsgevoel en allerlei andere zaken die zich in ons afspelen, deel van kunnen uitmaken. Het bewegen met en op het paard doet een intensief beroep op de psychomotoriek, die zich daardoor ook verder ontwikkelt. Door alle prikkels die op het zenuwstelsel afkomen en daarin worden gekanaliseerd en verwerkt, ontstaan er veel nieuwe verbindingen en zenuwbanen die een weerslag hebben op onze hersenstructuur en neurologische functies. Deze verbindingen werken ook in op onze stofwisseling en hormoonhuishouding, en ze kunnen de aanleiding zijn voor allerlei wisselwerkingen in ons lichaam. het huidige onderzoek naar hersenen, psychomotoriek en therapie is ook in staat zulke processen zichtbaar te maken. Dat bevestigt wat ervaren equitherapeuten al lang uit hun observaties konden afleiden:

 het paard werkt niet alleen in op al onze zintuigen, het kan ook zijn sporen in ons achterlaten. Of deze sporen aangenaam of onaangenaam, bevorderend of schadelijk zijn en of ze rust geven of verontrustend zijn, hangt ervan af in welke context we de ervaringen opdoen. Het is ook belangrijk hoe we ze met elkaar verbinden en hoe we alles gezamenlijk kunnen verwerken. Equitherapie is erop gericht de ervaringen met het wezen paard systematisch te gebruiken om positieve sporen aan te maken die, als ze correct worden verwerkt, op de lange termijn de levenskwaliteit van de cliënt kunnen verbeteren.

 

Bron: Thiel.U.et al: Equitherapie (SHP) 2011

 

 
  
Copyright HippoCampus: Alle rechten voorbehouden.
Niets van deze website mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, of openbaar gemaakt,
zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van HippoCampus

 

LET OP: de homepage van Hippocampus is op moment in editie.

Er wordt een nieuwe style gemaakt en alle data en topics worden vervangen.
Door corona is nu ook de planning een andere geworden en wij gaan alles meteen opnieuw er opzetten
Nog even geduld svp : Hippocampus biedt nu een aantal nieuwe mogelijkheden aan.
ONS STREVEN IS IN DE LAATSTE WEEK VAN JUNI KLAAR TE ZIJN.

Mocht u vragen hebben, dan neem contact met ons op via het reactie formulier